150e Wake 8 april 2018

Inleiding

Hartelijk welkom u allemaal bij deze 150ste wake voor Detentiecentrum Zeist.

In het bijzonder heet ik welkom de heer Koos Janssen, burgemeester van Zeist en de heer Eduard Nazarski, voorzitter van Amnesty International in Nederland. Zij zullen straks het woord voeren.

Verder is hier het vluchtelingenkoor ZOLA uit Houten. Van ons allemaal weten zij het beste hoe het hier achter deze hekken eraan toegaat.

Welkom ook het Kerkkoor Franciscus Xaverius uit Amersfoort.

Als altijd zijn we begonnen met het zingen van Als alles duister is, ontsteek dan een lichtend vuur… Deze keer begeleid door blazers van de Evangelische Broedergemeente uit Zeist.

De wake wordt georganiseerd door de Raden van Kerken van Zeist en Soest, maar gedragen door een hele kring kerken en organisaties in de regio.

Waarom waken wij?

We begonnen in 2005 in de week na de Schipholbrand, waarbij 11 mensen omkwamen. Van de overlevenden werd een grote groep hier naar Zeist gebracht. Getraumatiseerde mensen, die geen kant op konden, werden opnieuw ingesloten. Dat vroeg om een krachtig signaal als teken naar binnen en naar buiten, dat we ontsteld waren over hun lot. Dat dit zo niet kon. Het werd de eerste wake. Sindsdien zijn we ermee door gegaan, elke eerste zondag van de maand. Tot de honderdste wake leende de SP ons hun megafoon, sindsdien hebben we een eigen geluidsinstallatie, want het zou nog wel even kunnen duren.

Waarom doen we dit nog steeds?

Omdat we nog steeds vinden dat mensen die na veel ontberingen hierheen zijn gekomen om in vrijheid een beter leven op te bouwen, niet in een gevangenis thuishoren. Detentie is voor criminelen die een straf moeten uitzitten. Eduard Nazarski zal op dit punt nader ingaan.

Ook voor mensen die hier niet kunnen blijven – dat is een zaak voor de politiek – vragen we dringend om een humaner vreemdelingenbeleid.

Gisteren nog lazen we in de krant dat de wet die voor een humaner regime in vreemdelingendetentie zou zorgen – waar wij ons op deze plek 5 jaar geleden voorzichtig over verheugden - nog steeds niet is gerealiseerd.

Daarom blijven wij waken en vragen:

Wachter, hoever is de nacht?

De morgen komt, zegt de wachter

maar nog is het nacht.

Toespraak burgemeester Koos Janssen

Toespraak burgemeester Koos Janssen bij de 150ste wake bij het Detentiecentrum Zeist, zondag 8 april 2018, 16.30 uur. (aanwezig vanaf 16.15 uur)

Goedemiddag dames en heren, jongens en meisjes

In mijn voorbereiding op vanmiddag moest ik denken aan het verhaal van de Barmhartige Samaritaan:
Het verhaal uit de bijbel, dat antwoord geeft op de vraag van een wetgeleerde, die wilde weten wie zijn medemens was:
‘Wie is mijn naaste eigenlijk?’
Het verhaal gaat zo: een man reisde van Jeruzalem naar Jericho en werd onderweg door rovers overvallen.
De rovers lieten hem halfdood achter.
Gelukkig kwam er een priester langs – een man met veel aanzien, van wie we dus hoge verwachtingen hebben.
Maar zonder de man te helpen, liep de priester hem aan de overkant van de weg voorbij.
Daarna kwam er een leviet voorbij – nóg een man van hoog aanzien.
Hij deed hetzelfde als de priester.
Toen liep er een Samaritaan langs.
Om het verhaal goed te begrijpen, moeten we weten dat voor mensen in Israël in die tijd, Samaritanen dé vijand waren.
Uitgerekend deze Samaritaan hielp de man.
Hij bracht hem naar een herberg om verzorgd te worden en hij betaalde de herbergier daarvoor.
Dit verhaal vertelt ons dat iedereen onze medemens is en dat we naar iedereen moeten omzien.
Dat medemenselijkheid en naastenliefde grenzen overstijgen.
Dat medemenselijkheid en naastenliefde zich niet beperken tot onze eigen groep;
tot mensen met wie we ons verwant en vertrouwd voelen; tot onze eigen landgenoten.

Onze wereld is ingedeeld in landen.
Om goed met elkaar samen te leven, stellen landen regels en wetten op.
In onze democratie hebben we daar zelf veel over te zeggen.

We kunnen onze stem laten horen, wanneer we vinden dat wetten en regels op gespannen voet staan met onze verbondenheid met anderen, met medemenselijkheid en naastenliefde.
Dat is wat er gebeurt tijdens de wake.
Iedere maand opnieuw.
Iedere maand opnieuw klinkt hier de heldere boodschap, dat wie niets anders heeft gedaan dan een onveilige situatie verlaten, wie niets anders heeft gedaan dan zijn huis en haard verlaten om veiligheid te zoeken of een beter bestaan op te bouwen, wie geen strafblad heeft, niet vast hoort te zitten.
Het klopt met onze wetten en regels.
Maar het klopt niet! met ons gevoel, ons geweten en ons idee over medemenselijkheid en naastenliefde.
De kloof is te groot tussen de levens van de mensen in het detentiecentrum en ons eigen leven.
Door hier iedere maand te zijn, wordt ons democratische geweten aangesproken.
Zo ervaren de mensen in het detentiecentrum, wat het betekent om in een democratie te leven.

Maar bovenal ervaren zij, dat er mensen zijn die naar hen omkijken.
Die zich als medemens verbonden met hen voelen.
Zodat zij zich verbonden kunnen voelen met de wereld – ondanks alles.
Dat zij gehoord en gezien worden.
Dat is zo’n diep en oermenselijk verlangen.
Zonder dat - zonder die verbinding - worden wij als mens niet alleen intens eenzaam en doodongelukkig, het ondermijnt letterlijk onze gezondheid.
Wij zijn mens in relatie tot elkaar.
In verbondenheid met elkaar komen wij tot ons recht.

Het vraagt moed en doorzettingsvermogen om hier iedere maand te komen om de mensen in het detentiecentrum dat gevoel van verbondenheid te geven.
Wat zou het mooi zijn als die moed en dat doorzettingsvermogen op een dag niet meer nodig zijn.
Omdat een situatie die als onrechtvaardig wordt ervaren, ophoudt te bestaan.

Tot die tijd doen deze samenkomsten ertoe.
Het doet ertoe, dat wij hier zijn.
Om het krachtige signaal te geven dat wij mens zijn in verbinding met onze medemens.
Dank u wel.

KLEED L‘ESPOIR VAN ISABEL FERRAND

HET VERHAAL ACHTER HET KLEED L‘ESPOIR VAN ISABEL FERRAND

Elke dinsdag komt beeldend kunstenaar Isabel Ferrand naar het Detentiecentrum om naailes geven aan de vrouwen die ingesloten zijn. Ze doet dit omdat ze erg geraakt is door de situatie van de vluchtelingen en dit haar manier is om haar betrokkenheid te tonen. Over deze naailessen zegt ze;

‘Zodra ik daar ging zitten met een tas vol lapjes en een naaimachine gebeurde er wat. Meteen waren er vrouwen die gingen meedoen. Als je samen met je handen bezig bent vallen taalbarrières weg. Het bijzondere van deze activiteit is dat er iets tevoorschijn komt dat de moeite waard is. De eerste middag al maakt iemand die nog nooit heeft genaaid een mooi tasje. Deze vrouwen hebben nauwelijks nog eigenwaarde over. Ze hebben zoveel ellende meegemaakt en er zijn zulke grote zorgen over de toekomst. Ineens ontdekken ze dat ze iets kunnen, iets heel concreets. De naailes vormt een kleine time out, waarin vrouwen van veel nationaliteiten en culturen elkaar ontmoeten en elkaar vooruithelpen. Het naaien is een bron van vreugde.’

In 2017 vraagt het Museum van IJsselstein aan Isabel om een werk te maken voor een expositie over Weven. Ze vraagt de vrouwen van het Detentiecentrum om op zijden linten in hun eigen taal wensen voor de toekomst te borduren. Van de veelkleurige linten weeft ze een prachtig kleed, dat maar één bezwaar heeft: de vrouwen zelf zullen het nooit kunnen zien. Het idee wordt geboren om een tweede kleed te maken voor het stiltecentrum van het Detentiecentrum.

Aan het kleed l’Espoir, dat afgelopen week in het stiltecentrum is opgehangen, werd gedurende enkele maanden door vele vrouwen van binnen en buiten het Detentiecentrum gewerkt. Op zijden stroken staan in tenminste 15 talen talloze wensen geborduurd. Het is aangrijpend om te lezen hoe de wensen van de ingesloten vrouwen ver boven hun eigen situatie uitreiken. Ze hopen op een leven zonder angst voor alle mensen. Ze borduren een wereld vol vrede voor iedereen. Naast vrede in alle talen komen de woorden liefde en hoop het vaakst voor. Twee woorden raken onmiddellijk het hart: You matter. Jij doet ertoe!

De laatste middag dat er aan het kleed wordt gewerkt schuift een Pakistaanse vrouw aan tafel aan. Ze is kort geleden met haar gezin opgepakt en zal de volgende dag in alle vroegte naar Polen worden uitgezet. Daar kwamen ze Europa binnen. Het christelijke gezin Israël is uit Pakistan gevlucht na de moord op hun achtjarige dochtertje. In Pakistan zijn ze hun leven niet zeker, dus als Polen ze terugstuurt… De angst is groot. Het is 4 maart 2018. Buiten voor het hek voegt een groep verslagen mensen uit Epe zich bij onze wake. De familie woonde anderhalf jaar in Epe en was daar goed bekend. Binnen borduurt mevrouw Israël een dankwoord aan alle mensen die het gezin hebben gesteund en opgevangen. Eerst in het Urdu en dan in het Engels. De gedachte dat haar woorden voorgoed in het kleed zullen zijn opgenomen is een grote troost. Zo kan de familie voor altijd laten weten wat zij zelf in Epe hebben ervaren: You matter!

Tekst uitgesproken bij de 150ste wake voor Detentiecentrum Zeist

8 april 2018